Juf Lydia
 
(Advertentie)
(Advertentie)
Een IQ van 145, maar hij kan zijn kamer nog niet opruimen...
In deze korte training zet Tijl Koenderink uiteen hoe een onderontwikkeld reptielenbrein kan leiden tot chaotisch gedrag!
Executieve functies... Wat zijn dat precies?

Het zijn de functies in je brein die het mogelijk maken dat je rationele beslissingen neemt, impulsen beheerst en kunt focussen op wat belangrijk is:

  • Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet.
  • Werkgeheugen: informatie in je geheugen houden bij het uitvoeren van complexe taken.
  • Emotieregulatie: emoties reguleren om doelen te behalen of gedrag te controleren.
  • Volgehouden aandacht: aandachtig blijven, ondanks afleiding.
  • Taakinitiatie: op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
  • Planning/prioritering: een plan maken en beslissen wat belangrijk is.
  • Organisatie: informatie en materialen ordenen.
  • Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  • Doelgericht gedrag: doelen formuleren en realiseren zonder je te laten afschrikken.
  • Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.
  • Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren.
Prezi van de ouderavond; met dank aan Frietzen Grünbauer
Activiteiten en de benodigde executieve functies
In het boek "Slim maar..." (Peg Dawson en Richard Guare) staan kant en klare stappenplannen om de executieve functies te ontwikkelen.
10 Principes voor het ontwikkelen van executieve functies
  1. Een vaardigheid aanleren is beter dan afwachten of het kind het vanzelf leert.
  2. Houd rekening met het ontwikkelingsniveau van het kind.
  3. Ga van buiten naar binnen. Begin dus met iets dat buiten het kind is, en trek je geleidelijk terug als de vaardigheid geïnternaliseerd is. 
  4. Bij het veranderen van externe factoren gaat het om de omgeving, de taak of de interactie. 
  5. Gebruik de intrinsieke motivatie van het kind om iets te leren beheersen.
  6. Zorg dat taken passen bij het inspanningsvermogen van het kind.
  7. Zorg voor aanmoediging.
  8. Geef het kind precies genoeg steun om succes te behalen.
  9. Steun net zo lang totdat het kind succes heeft. 
  10. Als je stopt met steun en beloningen, doe dat geleidelijk en niet abrupt.

 

Dick Verwij: Lezing over executieve functies (januari 2017)
Workshop over executieve functies (door Helicon)
Een tip, vraag, opmerking of gebroken link? Mail het me.

Recht op je doel af, zonder afleiding. Dat is niet altijd eenvoudig. Maar het is wel belangrijk, want zonder doorzetten krijg je geen zelfvertrouwen. Wat kun je doen om het kind te helpen?

  • Begin vroeg, met korte taken die een duidelijk doel hebben.
  • Help je kind om steeds verder gelegen doelen te halen.
  • Geef het kind iets om naar uit te kijken als het doel behaald is.

 

Sommige kinderen hebben moeite met het beheersen van de emoties om doelen te bereiken, taken af te maken of gedrag te controleren. Wat kun je doen?

  • Pas bij jonge kinderen de omgeving aan.
  • Bereid het kind (zo mogelijk ) voor.
  • Geef het kind strategieën of een script voor probleemsituaties.

 

Omgaan met verandering, teleurstelling en frustratie is voor veel kinderen moeilijk.  Wat kun je doen?

  • Introduceer niet teveel veranderingen tegelijk.
  • Vertel vooraf wat komen gaat.
  • Houd je zoveel mogelijk aan de planning.
  • Maak een taak minder complex.
  • Maak gebruik van sociale verhalen. 
  • Bedenk met het kind een strategie om inflexibele situatie aan te kunnen.

 

Metacognitie wil zeggen: het vermogen om een stapje terug te doen, om jezelf en de situatie te bekijken en te zien hoe je problemen oplost. Hierbij horen ook zelfmonitoring en zelfevaluatie. Metacognitieve vaardigheden kun je onderverdelen in het evalueren van je prestaties en het evalueren van sociale situaties. Hoe kun je deze vaardigheid stimuleren?

  • Stel evaluerende vragen, zoals: Hoe vind je dat je de opdracht hebt uitgevoerd?
  • Leer het kind vragen, die het aan zichzelf kan stellen. Bijvoorbeeld: Wat is het probleem? Houd ik me aan mijn plan?
  • Laat het kind beschrijven hoe een voltooide taak eruit ziet.

Als het kind moeite heeft met organiseren, is het goed om een systeem voor het opruimen te bedenken. Houd toezicht als het kind aan de slag gaat.

Wat is belangrijk, wat is minder belangrijk? Sommige kinderen hebben moeite met het stellen van prioriteiten en het plannen van taken. Wat kun je doen?

  • Betrek het kind bij het plannen en beschrijf de stappen.
  • Als je deze vaardigheden wilt aanleren, zet ze dan allereerst in bij dingen die je kind graag wil hebben of doen. Bijv. een boomhut bouwen.
  • Laat het kind aangeven wat het belangrijkst is en dus het eerst moet gebeuren.

 

Als het kind moeite heeft met nadenken voordat je iets doet, kun je de volgende doen:

  • Zorg dat je kind begrijpt dat er consequenties verbonden zijn aan slechte impulsbeheersing.
  • Bereid je kind (zo mogelijk) voor op situaties door er vooraf over te praten.
  • Oefen respons-inhibitie door rollenspel.

Sommige kinderen vinden het erg moeilijk om zonder uitstel met een taak te beginnen, op tijd en op een efficiënte manier. Hoe kan je hen helpen?

  • Moedig aan om meteen te beginnen.
  • Deel de taak in kleine stukken.
  • Laat het kind vooraf bedenken hoe en wanneer hij de taak doet.
  • Laat het kind verzinnen hoe je hem kunt aansporen, bijv. met een wekker.

 

Sommige kinderen hebben moeite met het inschatten van de hoeveelheid tijd die ze nodig hebben voor een opdracht. Ze weten niet goed hoe ze die tijd het beste kunnen besteden en hoe ze met deadlines moeten omgaan. Hoe kun je hen helpen?

  • Zorg thuis voor een voorspelbare dagelijkse routine. Dit draagt bij aan het besef dat tijd ordelijk verloopt.
  • Praat met het kind over hoe lang het duurt om iets te doen.
  • Maak gebruik van kalenders en roosters en moedig je kind aan om hetzelfde te doen.
  • Gebruik een timetimer.

 

Afleiding, vermoeidheid, verveling…

Het is moeilijk om dan goed aan een taak te blijven werken. Wat kun je doen om je kind te helpen?

  • Zorg voor toezicht.
  • Vergroot langzaam de spanningsboog.
  • Gebruik een timetimer.
  • Maak de taak interessant.
  • Gebruik een beloningssysteem.

 

Als het kind moeite heeft met het in gedachten houden van informatie bij het uitvoeren van complexe taken, kun je het volgende doen:

  • Maak oogcontact voordat je de opdracht geeft.
  • Beperk afleiders.
  • Laat het kind de opdracht herhalen.
  • Gebruik visuele geheugensteuntjes. 
  • Help het kind met bedenken hoe hij/zij iets belangrijks kan onthouden.

 

(Advertentie)
(Advertentie)