Juf Lydia
 
(Advertentie)
Werkboekjes Weer naar school
Nieuwe, leerzame werkboekjes voor groep 1 t/m 8!
(Advertentie)

Maak je eigen project m.b.v deze website van Minka Dumont

TASC (gebruik het TASC om planmatig te werken)

Gebruik je talent 

Als je iets nieuws gaat uitwerken, kan het helpen om na te denken over waar je goed in bent. Misschien kun je goed knutselen, of vind je het prettig om te vertellen over wat je hebt geleerd.

Dit kan een talent zijn waar je heel sterk in bent of juist een talent waar je sterker in wilt worden. 

 

De Amerikaanse psycholoog Howard Gardner heeft 8 categorieën omschreven waarbinnen je talenten kunnen liggen:

 

Taal-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

taalspelletjes, geluiden maken, woordherhalingen, rijmpjes, melodietjes, verhalen, gedichten, betekenissen van woorden, interesse in uitleg, oplossingen goed onder woorden brengen, voorlezen, spelen met stemmen, lezen, spreek- en schrijfstijl

Voorbeelden:

debat, discussie, interview, spreekbeurt, speech, verhaal vertellen, monoloog, toneelstuk, biografie, boek, essay, tijdschrift, krant, gedicht, opstel, werkstuk, onderzoeksrapport, script, lied, powerpoint presentatie, enquête

 

Reken-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:
rekenen, vormen, patronen, verbanden, onderzoeken, oplossingen, ordenen, logica, analyseren, regels, proefjes, puzzelen

Voorbeelden:

grafiek, simulatie, spel, tabel, voorspelling, onderzoeksrapport, experiment

 

Beeld-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

tekenen, ontwerpen, observeren, verbeelding, bouwen, construeren, kleuren, patronen, vormgeving, liever zien dan luisteren/lezen, eigen stijl, gebruiken van materiaal op eigen manier

Voorbeelden:

strip, houtsnijwerk, collage, kostuum, diashow, grafiek, kaart, mobiel, muurschildering, schilderij, foto, poster, beeldhouwwerk, simulatie, tijdschrift, werkstuk, spel, powerpoint presentatie, televisie programma, video, website

 

Beweeg-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

sport, uitbeelden, uitproberen, uitvoeren, door doen begrijpen, toneelspelen, iets maken op eigen herkenbare manier

Voorbeelden:

dans, experiment, monoloog, toneelstuk, musical, poppenkast, simulatie, spel, video, knutselen

 

Muziek-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

muziek, melodie, liedjes, bewegen op muziek, neuriën en zingen, componeren, maat, ritme, rijmwoorden

Voorbeelden:

lied, compositie, musical, dans

 

Natuur-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

natuur, onderzoeken, verbanden leggen, ervaren, belangstelling voor alles wat leeft en groeit, waarnemingsvermogen, verzamelen, dieren, planten

Voorbeelden:

onderzoeksrapport, tentoonstelling, experiment, foto, collage, houtsnijwerk, spreekbeurt

 

Samen-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

werkgroepen, samenwerking, overleg, belangstelling voor andere mensen, groepsactiviteiten, kringgesprekken, reageren op stemming/gevoelens van iemand anders, acceptatie, sociale contacten, sociale situaties, leiding, actief mee zoeken naar oplossingen

Voorbeelden:

kringgesprekken, debat, discussie, interview, script

 

Zelf-knap

Dit zijn alle dingen die te maken hebben met:

gevoelens/stemmingen van anderen aanvoelen, serieuze zaken van het leven, inleving in verhalen, zelfkennis, originele oplossingen bedenken voor problemen, bedenken, analyse van situaties, op jezelf zijn, filosoferen, onderzoeken, zelf lezen, zelf doen.

Voorbeelden:

onderzoeksrapport, filosofie, monoloog, biografie of recensie schrijven

 

(Advertentie)

In deze stap maak je kennis met het thema.

1. Mindmap over het maken van een mindmap
Werkboekjes Weer naar school
Nieuwe, leerzame werkboekjes voor groep 1 t/m 8!
(Advertentie)

Wat weet je al van het onderwerp? Orden je kennis; maak een mindmap.

Wat wil je weten? Stel veel vragen; ga lekker brainstormen!

Aan het einde van deze stap stel je een onderzoeksvraag op.

Je bereidt je voor op het onderzoek.

Je scherpt je onderzoeksvraag aan en bedenkt een methode om je vraag te beantwoorden. Ook stel je een hypothese op.

Je verdeelt de taken in je werkgroep.

Je gaat op zoek naar bronnen om informatie te vinden.

Je verzamelt materialen voor je experiment.

(Advertentie)

Je verzamelt gegevens en verwerkt deze nauwkeurig.

4. Onderzoeksmethodes 1: Bronnenonderzoek

Welke onderzoeksmethode(s) je kiest, is afhankelijk van je onderzoeksvraag.

Je onderzoeksmethode bepaalt de richting, route en tussenstappen van je onderzoek.

Soms is voor verschillende deelvragen een andere aanpak nodig.

 

Informatie verzamelen uit boeken en van internet

Soms kun je een aantal teksten/filmpjes die met je vraag te maken hebben lezen/bekijken.

Doe dit vanuit jouw eigen onderzoeksvragen; zoek in de bronnen antwoorden op jouw vragen.

Soms vind je informatie die nieuwe vragen oproept. Als dit voor jou goede onderzoeksvragen zijn, noteer je die natuurlijk!

Het is helaas niet zo dat alles op het internet klopt; wat er op gezet wordt, wordt niet altijd gecontroleerd. Iedereen kan informatie op internet zetten, denk maaar aan Wikipedia. Deze informatie is niet altijd (helemaal) waar. Gebruik daarom altijd meerdere bronnen en controleer de betrouwbaarheid!

 

Interview

Als je denkt dat iemand heel veel van een onderwerp weet, kun je hem interviewen. 

Bedenk vooraf goed welke vragen je gaat stellen:

- Zijn je vragen duidelijk?

- Stel je open of gesloten vragen? Een open vraag begint vaak met wat, waarom, wanneer, welke of hoe. Op een open vraag kun je een uitgebreid antwoord verwachten. Op een gesloten vraag kun je alleen ja of nee als antwoord verwachten.

- Vraag door (verzin een nieuwe vraag) als iemand iets zegt wat je niet helemaal snapt of waar je meer over wilt weten.

Welke onderzoeksmethode(s) je kiest, is afhankelijk van je onderzoeksvraag.

Je onderzoeksmethode bepaalt de richting, route en tussenstappen van je onderzoek.

Soms is voor verschillende deelvragen een andere aanpak nodig.

 

Experiment

Soms kun je je antwoord vinden door zelf proefjes te doen. Dat is vaak een hele leuke manier!

Het wordt vaak gebruikt om verschillende situaties te testen en te kijken wat er gebeurt.

 

Enquête / Vragenlijst

Je maakt gebruik van een enquête als je op zoek bent naar de gemiddelde mening over een bepaald onderwerp.

Stap met een lijst vragen/stellingen op zoveel mogelijk mensen af.

Gebruik vooral gesloten of begrensde vragen. Bijvoorbeeld: mee eens / oneens / geen mening

Denk goed na of je vragen duidelijk zijn en of er niet in één vraag meerdere vragen verstopt zitten!

 

Observatie

Soms wil je weten wat mensen, dieren of planten gewoonlijk doen. Dan kun je ze een tijdje bekijken zonder dat ze het doorhebben. Dat heet observeren.

Hierbij kijk je naar hoe dingen zijn of gaan en ga je niets veranderen aan die situatie.

Biologen observeren dieren in de natuur om te leren hoe die zich gedragen.

Bekijk de resultaten van je onderzoek kritisch.

Wat betekenen de resultaten?

Zie je verbanden?

Je presenteert je onderzoek.

In je presentatie geef je overzichtelijk weer hoe je onderzoek is verlopen en wat je hebt ontdekt.

 

Ook evalueer je je onderzoek.

Wat ging goed?

Wat ga je een volgende keer anders doen?

Wat heb je geleerd? 

(Advertentie)
Gouden Weken
Ontdek de tips voor een positieve start van het schooljaar!
(Advertentie)
Welke producten kun je maken bij een project?

Op deze mindmap kun je klikken voor een vergroting. Doe ideeën op om je informatie te verwerken tot een product.

Handig stappenplan om een bordspel te ontwerpen en maken.

Create illustrated books with super easy tools.
Weet jij andere handige sites? Mail me!